Het verhaal
Moeilijke woorden zijn gemarkeerd met geel.
De cursor knippert in een leeg document. Rafi leunt achterover in zijn stoel en hoort de regen op het raam tikken. In de meldingen rechtsonder knippert een nieuw bericht van Liam: “Bro, heb een site met alles over klimaatverandering. Copy paste en klaar. Niemand merkt het.”
WhatsApp • Liam en Rafi
Rafi schuift zijn laptop iets dichterbij. Hij denkt aan gisteren, toen zijn vader zei: “Eerlijk werk kost tijd, maar het bouwt iets in jou.” Die zin blijft even hangen en zakt dan weg als een steen in water. Rafi klikt de link open. Een perfecte samenvatting. Mooie koppen, strakke alinea’s. Zijn hart slaat een tikje sneller. Makkelijk is verleidelijk. Hij selecteert de tekst en plakt hem in zijn document. Klaar in zeven minuten. De opluchting voelt dun, als plastic.
De volgende ochtend geurt het lokaal naar natte jassen en schoolboeken. De docent loopt tussen de tafels door. “Goedemorgen. Rafi, vertel eens, wat betekent CO₂-neutrale productie in je eigen woorden?” De woorden schieten door zijn hoofd als losse puzzelstukjes. Ze lagen gisteren wel in zijn tekst, maar niet in zijn hoofd. “Ehm... dat je geen CO₂ gebruikt,” zegt hij stil. De docent kijkt, niet boos, wel door hem heen. “Kom straks even langs.”
In de pauze geeft Liam hem een schouderduw. “Zei toch dat je beter wat dingen eigen moest maken. Niet alles letterlijk.” Rafi knikt, maar zijn maag is een knoop. De korte weg is opeens lang. Elke stap voelt zwaarder dan gisteravond.
Thuis schuift hij zijn laptop open zonder muziek. Geen meldingen, geen chat. Alleen stilte en het lege Word-document. Hij typt een nieuwe titel: Klimaatverandering en ik. Geen copy paste. Hij opent drie bronnen, schrijft zinnen die moeizaam maar eerlijk komen. Hij leest hardop, krast weg, herschrijft. Tijd rolt door, maar zijn hoofd wordt helder. Hij voelt het vreemde gewicht van trots dat niet schreeuwt, maar rustig gaat zitten.
Als de avond valt, is zijn tekst nog niet perfect. Hij voegt onderaan een laatste regel toe: “Volgende keer schrijf ik het zelf, ook al kost het me de nacht.” Hij klapt de laptop dicht en glimlacht klein. De regen is gestopt. In de ruit ziet hij zijn spiegelbeeld niet als iemand die slim wegkwam, maar als iemand die anders koos.